Boek een inspirerende spreker of presentator!
Clubs hebben veel baat bij aandacht voor blessurepreventie

door: Matthijs Kruk | 10 juni 2008 

De blessures die spelers in het betaalde voetbal oplopen, kosten deze bedrijfstak miljoenen. Er is voor clubs dan ook nog veel financiële winst te behalen uit gezondheidsbeleid en blessurepreventie. Dit blijkt uit een onderzoek van TNO dat in opdracht van de KNVB werd uitgevoerd.

Vorige maand publiceerde TNO het rapport ‘Blessures in het betaald voetbal 2007’. Dit is een vervolg op een rapport uit 2002, toen TNO reeds een prospectief onderzoek deed naar de omvang en aard van voetbalblessures in het betaald voetbal. De resultaten uit dit onderzoek dienden toen om richting te geven aan blessurepreventief beleid. Hoewel beide studies volgens TNO maar in beperkte mate vergelijkbaar zijn, vallen enkele zaken op. Uit de onderzoeksresultaten over 2007 blijkt dat de frequentie van blessures na vijf jaar inderdaad is afgenomen; in 2002 (379 onderzochte spelers) had een voetballer een gemiddeld aantal van 2,4 blessures over het gehele seizoen. In 2007 (1039 onderzochte voetballers) is dit gemiddelde gedaald naar 1,8 blessures per speler. Verder is in beide studies het ziekteverzuim berekend door het aantal nieuwe blessures in een periode te combineren met de duur van de blessures. In 2002 bedroeg het ziekteverzuim op het voetbalveld 17 procent, terwijl het landelijk gemiddelde ziekteverzuim toen zo’n zes procent bedroeg. Het verzuimpercentage in het betaalde voetbal in 2007 was 7,9 procent (ofwel 28,9 dagen per jaar), tegenover een landelijk gemiddelde van vier procent.

Goed gezondheidsbeleid bespaart geld
Op een willekeurig moment is dus gemiddeld ongeveer één op bijna dertien voetballers geblesseerd. Dit aantal is twee keer zo hoog als onder ‘gewone’ werknemers. Als alle medische kosten en doorbetaling van salarissen in ogenschouw worden genomen, komt dit neer op een extra kostenpost van zo’n 21 miljoen euro per jaar in het betaald voetbal.
Blessures in deze bedrijfstak hebben dan ook zeer ingrijpende gevolgen voor de financiële huishouding van de club waar de speler onder contract staat. Volgens Han Inklaar - bondsarts van de KNVB - bewijst dit maar weer eens dat het betaalde voetbal echt een specifieke bedrijfstak is. “In deze branche spelen compleet eigen risico’s. Tegenwoordig wordt er behoorlijk roofbouw gepleegd op spelers. Met wedstrijden in de competitie, de beker en verscheidene toernooien dreigt al snel overbelasting.” Inklaar wil aangeven dat het hem niet alleen gaat om het prestatieve belang van een fitte selectie. “Alleen al vanwege de enorme financiële kosten voor de betaald voetbalclubs is het belangrijk blessurepreventie en adequate revalidatie serieus te nemen. Dat is in het belang van de sporter en van het team. De aard en de duur van een blessure is van invloed op de omvang van de selectie. Met een goed gezondheidsbeleid bespaart de club daarom ook nog geld.”

Trainers behoeven kennis van blessurepreventie
De KNVB heeft het onderzoek laten uitvoeren om betrouwbare informatie te verkrijgen over de gezondheidsrisico’s in de bedrijfstak. Inklaar geeft aan dat het de bedoeling is om vervolgens maatregelen te treffen om die risico’s te beperken. In het TNO-rapport wordt alvast de aanbeveling gedaan om video-analyses toe te passen. Uit het rapport van 2002 kwam namelijk naar voren dat verdedigers en middenvelders een vergrote kans lopen op een blessure. Met behulp van videoregistratie zou inzicht verkregen kunnen worden in de exacte positie en speelbewegingen van een speler op het moment dat de blessure ontstaat. Inklaar zelf geeft als voorbeeld van een maatregel een gezondheidsscreening waarbij speciale aandacht wordt besteed aan de veel voorkomende blessures die uit het rapport naar voren komen. “Door vooraf zaken te detecteren die je met bepaalde blessures in verband kunt brengen, kan een club heel veel doen, zowel preventief als in de behandeling van daadwerkelijke blessuregevallen. De medische staf van een club speelt hierin een cruciale rol.” Ook vindt Inklaar dat binnen een gezondheidsbeleid van de club medische deskundigen een grotere eindverantwoordelijkheid moeten krijgen bij het wedstrijdfit verklaren van spelers. “Nu verklaart bijvoorbeeld de fysiotherapeut een geblesseerde speler fit voor volledige groepstraining en beschouwt de trainer/coach de speler vervolgens wedstrijdfit. Uit het rapport blijkt echter dat het risico op blessures bij wedstrijden veel hoger is dan bij trainingen; dat scheelt wel een factor zes. Trainers en coaches zouden dan ook geschoold moeten worden in blessurepreventie.”

Voor meer informatie: www.tno.nl/bis en www.knvb.nl/archief/organisatie

Er zijn 1 reactie(s)

<< terug