door: Hein van den Hout
In haar jaarvergadering van 30 oktober 2008 heeft de Kring van Kantonrechters besloten om de Kantonrechtersformule met ingang van 1 januari 2009 aan te passen. Het concept voor de nieuwe aanbevelingen is daarbij bekend gemaakt. De (nieuwe) aanbevelingen bevatten elementen die voor professionele sporters van belang zijn. Een interessante vraag is of de nieuwe aanbevelingen duidelijkheid zullen kunnen scheppen over ontbindingsvergoedingen in het professionele voetbal.
De huidige aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters (laatst gewijzigd op 5 oktober 2001) stellen dat wanneer een werknemer elders aan de slag wil (het carrière motief) het - in beginsel - niet voor de hand ligt om de werknemer nog een vergoeding te geven; een logische redenering. De aanbevelingen stellen verder dat het in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij tussentijds vetrekkende sporters) eerder voor de hand ligt dat de werknemer in dat geval aan de werkgever een vergoeding betaalt. Ter onderbouwing geven de aanbevelingen aan dat de werknemer immers zonder bezwaar kan blijven, maar dat hij om hem moverende redenen van de overeenkomst af wil, waardoor de werkgever in een nadelige positie komt te verkeren nu de arbeidsmarkt voor toptalent schaars is. De huidige aanbevelingen geven echter geen indicatie ten aanzien van de vergoeding die in een dergelijk geval redelijk zou (kunnen) zijn. De nieuwe aanbevelingen doen dat wel.
Zoals bekend wordt in de sport in het algemeen en - in het kader van deze bijdrage met name van belang - in het professionele voetbal in het bijzonder gewerkt met arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding. Van belang is verder dat (in afwijking van art. 7:668a BW) in de CAO voor Contractspelers Betaald Voetbal Nederland is bepaald dat alle tussen dezelfde partijen aangegane arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd steeds blijven gelden als aangegaan voor bepaalde tijd.
De toelichting op de nieuwe aanbeveling 3.6 stelt in bovenstaand verband het volgende:
“Indien een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds wordt ontbonden en de mogelijkheid tot opzegging tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst niet is overeengekomen, ligt het in de rede, omdat gemaakte afspraken behoren te worden nagekomen, dat een toe te kennen vergoeding wordt berekend aan de hand van het resterende aantal maandsalarissen dat de werknemer nog zou hebben verdiend bij het eindigen van de arbeidsovereenkomst van rechtswege door het verstrijken van de duur waarvoor zij werd aangegaan.”
Het is interessant om deze overwegingen van de Kring van Kantonrechters af te zetten tegen de recente jurisprudentie van de Arbitragecommissie van de KNVB en de jurisprudentie van de Dispute Resolution Chamber van de FIFA (DRC) en het Court of Arbitration for Sport (CAS) in de bekende Webster-zaak en de (minder bekende) zaak tussen de Marokkaanse betaald voetbalvereniging (bvo) AS FAR Rabat enerzijds en de Belgische bvo SC Lokeren en de contractspelers Ali Bouabe en Hassan El Mouataz anderzijds (hierbij wordt opgemerkt dat de twee laatstgenoemde zaken zien op een opzegging van de arbeidsovereenkomst na de protective period en dat opzegging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding in Nederland niet mogelijk is. Naar mijn oordeel dienen deze uitspraken reflexwerking te hebben evenals de protective period deze heeft, zoals geoordeeld door de Arbitragecommissie van de KNVB in de zaak Suárez / FC Groningen.)
In de Webster-zaak oordeelde de DRC in april 2007 dat Andrew Webster en Wigan Athletic AFC een vergoeding van £ 625 000 dienden te betalen aan Heart of Midlothian. De DRC baseerde deze vergoeding onder meer op het nog resterende salaris tot het overeengekomen einde van de arbeidsovereenkomst alsmede op het toekomstige salaris van Webster.
Vier maanden later oordeelde de Arbitragecommissie van de KNVB in de zaak tussen Tim Bakens en RKC Waalwijk dat RKC een ontbindingsvergoeding van € 400.000 diende te verkrijgen indien Bakens de (door de arbitragecommissie uitgesproken) ontbinding niet in zou trekken. In dit verband stelde Arbitragecommissie: “hierbij onder meer in ogenschouw te nemen het huidig en toekomstig salaris van Bakens, de nog resterende contractsduur, de tijd dat Bakens bij RKC Waalwijk heeft gespeeld en de bijdrage welke RKC Waalwijk heeft geleverd aan de ontwikkeling van Bakens, alsmede het feit dat RKC Waalwijk nog slechts een zeer beperkte (tot 31 augustus 2007) tijd zou resten indien zij een vervanger voor Bakens zou willen aantrekken.”
Vervolgens heeft het CAS op 30 januari 2008 uitspraak gewezen in het hoger beroep in de Webster-zaak en op 31 januari 2008 uitspraak gewezen in de zaak tussen AS FAR Rabat enerzijds en SC Lokeren en de contractspelers Ali Bouabe en Hassan El Mouataz anderzijds.
In het hoger beroep in de Webster-zaak baseerde het CAS de te betalen vergoeding (slechts) op de restwaarde van de arbeidsovereenkomst. Het CAS oordeelde dat Webster en Wigan - in dit verband - gezamenlijk een bedrag van £ 150 000 aan Hearts dienden te betalen. De claim van Hearts dat bij berekening van de vergoeding ook rekening diende te worden gehouden met het toekomstig salaris van Webster, de bijdrage die de club had geleverd aan zijn ontwikkeling, de actuele marktwaarde van Webster en de kosten die Hearts had gemaakt (transfervergoeding) werd verworpen.
In de tweede zaak nam het CAS naast het huidige salaris echter wel het toekomstig salaris van de contractspelers en eerder betaalde transfervergoedingen mee in de berekening van de vergoeding. Tevens nam het CAS in deze zaak een correctiefactor mee die, onder meer, werd gebaseerd op de wijze waarop de betrokken bvo's en contractspelers tijdens de beëindiging van de arbeidsovereenkomst hadden gehandeld.
Uit bovenstaande mag blijken dat er (internationaal) vooralsnog weinig duidelijkheid bestaat over de wijze waarop (ontbindings)vergoedingen in het professionele voetbal dienen te worden berekend en vastgesteld.
De aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters kunnen mijns inziens een opmaat vormen naar meer duidelijkheid; in ieder geval voor de Nederlandse situatie. De aanbevelingen sluiten aan bij hetgeen het CAS in de Webster-zaak heeft bepaald en geven een heldere maatstaf voor de berekening van een vergoeding. Ik ben dan ook benieuwd of de gewijzigde aanbevelingen deel uit zullen maken van het eerstvolgende oordeel van de arbitragecommissie van de KNVB in dit verband.
Mr. Hein van den Hout is sinds januari 2009 als advocaat werkzaam bij
de praktijkgroep Arbeidsrecht van CMS Derks Star Busmann N.V. Bij CMS adviseert
en voert hij procedures op het snijvlak van arbeidsrecht en ondernemingsrecht.
Hiernaast houdt hij zich in brede zin bezig met sportrecht. Hein publiceert met
grote regelmaat over deze onderwerpen in vakbladen en kranten zoals het
Financieele Dagblad en heeft een vaste column op de website www.voetbalzone.nl. Eerder
werkte Hein van den Hout als advocaat bij Stibbe N.V.
<< terug
Tweet
