Boek een topsporter, sportcoach of –presentator!
Een stichting die een zwembad exploiteert is een algemeen nut beogende instelling | 30-10-2007

Op 24 augustus jl. is een uitspraak van de Rechtbank Arnhem gepubliceerd inzake een stichting die een zwembad beheert en waarvan het verzoek tot teruggaaf van regulerende energiebelasting (hierna: REB) met betrekking tot aardgas en elektriciteit over het tijdvak 1 januari 2002 tot en met 30 juni 2002 door de fiscus is afgewezen.

De Rechtbank oordeelt dat het verzoek van de stichting om teruggaaf van de REB ten onrechte is afgewezen, omdat de stichting is aan te merken als een algemeen nut beogende instelling in de zin van de Wet belastingen op milieugrondslag (hierna: Wbm).

De rechtbank geeft aan dat de Wbm tot 1 januari 2002 een eigen omschrijving hanteerde van de als algemeen nut beogende instellingen. Met ingang van 1 januari 2002 is de terminologie in deze bepaling - voorzover het algemeen nut beogende instellingen betreft - grotendeels gelijkgeschakeld met artikel 24, vierde lid, Successiewet.

Voor de beantwoording van de vraag of de stichting als een algemeen nut beogende instelling kan worden aangemerkt dient volgens de Rechtbank zowel te worden gekeken naar de (statutaire) doelstelling als naar de feitelijke werkzaamheden van de stichting. De doelstelling dient een werkzaamheid te betreffen die op zichzelf rechtstreeks het algemeen belang raakt. Dat van het gestelde doel tevens zijdelings een algemeen nuttig effect uitgaat, is volgens de rechtbank niet van belang. Als de activiteiten van de stichting ongeveer in gelijke mate het algemene en particuliere belang dienen, moet de instelling worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling. De bewijslast daarvan rust overigens op de belastingplichtige.

De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van de mate waarin de activiteiten van de stichting het algemeen dan wel particulier belang dienen, kan worden aangesloten bij de bezoekersaantallen. Hieruit blijkt dat het vrij bezoek en de meerbadenkaarten meer dan 50% van de bezoekersaantallen vertegenwoordigen. De rechtbank is van oordeel dat deze activiteiten in ieder geval zijn aan te merken als activiteiten gericht op de behartiging van een algemeen belang. De rechtbank ziet bovendien in de door de gemeente verleende subsidie een indicatie dat sprake is van de behartiging van een algemeen belang.

De Rechtbank is dan ook tot de conclusie gekomen dat de stichting is aan te merken als een algemeen nut beogende instelling in de zin van de Wbm en dat het verzoek om teruggaaf van de REB ten onrechte is afgewezen.
<< terug