Wensen
Als gelovige van de sportkerk is het mijn wens, al is het eerder een ijdele hoop, dat in 2011 de anti- dopinglobby een beetje bij zinnen komt. Een ‘schone’ sport is mooi en nastrevenswaardig; een schitterende eruptie/expositie van tabula rasa. Atleten van vlees en bloed, zichzelf presenterend als het onbesmeurde topje van de morele menselijke piramide, hoera! De vraag is alleen: hoeveel kracht mag er gebruikt worden om diezelfde atleten tot dat morele hoogtepunt te meppen. Heel veel, vindt WADA, vindt IOC, vindt het spook dat tijdsgeest heet. En hoe crimineel eigenlijk is de atleet die een hap uit Eva’s appeltje neemt? (De sportwereld was paradijselijk tot die verdomde appel uit de coulissen kwam.) Die atleet moet voor de duur van twee jaar zijn criminele activiteiten maar continueren in de wereld van de gewone stervelingen, waar de straffen helaas een stuk rechtvaardiger zijn.
De tot oplichting geneigde atletische maniak van vandaag draagt een enkelband die hem moet beschermen tegen alle duivelse verzoekingen die tot gouden plakken, gele truien, en al dan niet onaantastbare bankrekeningen kunnen leiden. In Nederland zelfs tot een handje van de koningin.
Op 9 november 2010 sprak John Fahey, de voorzitter van WADA op een congres over sportwetgeving in Sydney. De Australiër toont zich er duidelijk geen voorstander van dat sportmensen zich organiseren in belangenverenigingen of vakbonden. Nog hinderlijker vindt hij het wanneer atleten in een cao een werknemers- werkgeversrelatie afdwingen- dat is zo verdonkeremanend Europees. ‘I dread the thought that certain labour laws might become applicable to sport. For example, that drug testing should be suspended during a player or athletes annual holidays. Sportsmen and women cannot be brought into the working concept of nine to five’.
Juist. Het hoge woord is er uit: sportmensen zijn geen gewone mensen (die werken namelijk van negen tot vijf), maar zeer bijzondere mensen die een zeer bijzondere behandeling verdienen. Onbegrijpelijk dat op 9 november niet alle atleten ter wereld geëxalteerd de straat zijn opgestormd omdat een hele gewone man met een hele gewone baan van negen tot vijf, hen eindelijk de bijna bovenaardse status verleent die ze verdienen. In elk geval wil ik hen van ganser harte feliciteren, en hen een bijzonder gelukkig en anabool 2011 toewensen.
Ik hoop echter ook, zo opportunistisch ben ik wel en ik heb er het volste vertrouwen in, dat er nog wat te lachen of te huilen overblijft bij een schandaaltje links of rechts. Niks menselijks is de columnist in mij vreemd.
Goede voornemens
Mijn goede (sportgerelateerde) voornemens zijn allemaal persoonlijk van aard, en ik zal ze hier niet noemen. Op 31 december 2011 ga ik evalueren, we zien wel van ervan terecht is gekomen. Alleen dit in het algemeen: ik blijf als vanouds bewegen; het is een bewezen geluksgenerator.
Na zijn actieve wielerloopbaan ging Winnen naar de kunstacademie en publiceerde hij enkele boeken over de wielerwereld, waaronder ‘Van Santander naar Santander’. Daarnaast schrijft Winnen regelmatig columns voor kranten en tijdschriften, waaronder NRC Handelsblad. In december 2005 ging een muziektheaterproductie van zijn hand in première, getiteld Fiets. Deze voorstelling gaat over de verhouding tussen wielersport, media en commercie.

